Aansprakelijkheid van huisartsen bij gebruik spillage AstraZeneca-vaccin voor personen onder de 60 jaar

Op 9 april 2021 kwam het nieuws naar buiten dat minister Hugo de Jonge (VWS) besloten heeft het AstraZeneca-vaccin in te blijven zetten bij mensen van 60 jaar en ouder en mensen onder de 60 jaar voorlopig een ander vaccin aan te bieden. Hoewel het EMA het vaccin ook voor de doelgroep onder de 60 jaar heeft goedgekeurd en toegelaten, besloot de minister de vaccinatie van deze doelgroep op basis van een advies van de Gezondheidsraad stop te zetten.

Dit nieuws heeft tot veel maatschappelijke onrust geleid. Het AstraZeneca-vaccin heeft door dit besluit een behoorlijke imagoschade opgelopen, waardoor het animo voor het AstraZeneca-vaccin is gedaald en huisartsen met voorraden van het AstraZeneca-vaccin blijven zitten. Er zijn huisartsen die ervoor kiezen om personen van 60 jaar en jonger toch te vaccineren met het AstraZeneca-vaccin. Met name als het gaat om personen jonger dan 60 jaar, die een verhoogd risico lopen op een gecompliceerd beloop van covid-19.

De Landelijke Huisartsen Vereniging ontraadde huisartsen nadrukkelijk om de groep (kwetsbare) 60-minners met overblijvend AstraZeneca-vaccin te vaccineren: ‘Als huisarts bent u juridisch kwetsbaar als u iemand van onder de 60 jaar (ook als deze zelf toestemming geeft) zou vaccineren, omdat u daarmee zou handelen tegen het beleid van de Gezondheidsraad in’.

Medisch verzekeraar VvAA bracht een week later, op 13 april, het volgende nieuws naar buiten:
‘Artsen die ondanks het advies van de Gezondheidsraad, tóch besluiten te vaccineren, kunnen mogelijk aansprakelijk worden gesteld voor uit het vaccin voortvloeiende schade. Óók al heeft de patiënt daarvoor toestemming gegeven’.

Wanneer een arts toch iemand uit de groep 60-minners zou vaccineren wordt volgens VvAA bewust tegen een advies van een gezaghebbende instantie ingegaan. Er zou dan gesteld kunnen worden dat de arts niet heeft gehandeld in overeenstemming met de op hem rustende verantwoordelijkheid, die voortvloeit uit de voor hulpverleners geldende professionele standaard. Dit is in zowel het civielrecht, als het tuchtrecht de toetsnorm. Een ondertekende verklaring van de patiënt waarin staat opgenomen dat hij of zij de arts niet aansprakelijk zal stellen, is nietig en zal daarom geen soelaas bieden. Onder bepaalde omstandigheden zou er dan volgens de juristen van VvAA geen dekking zijn onder de rechtsbijstandsverzekering.

De artsenfederatie KNMG was daarentegen van mening dat het in uitzonderlijke gevallen weloverwogen gebruiken van overblijvend AstraZeneca-vaccin behoort tot ‘goede zorg’ waarvoor artsen verzekerd dienen te zijn. De KNMG heeft, in samenspraak met de inspectie gezondheidszorg en jeugd, een beroepsnorm vastgesteld over de inzet van AstraZeneca-vaccin bij patiënten onder de 60 jaar.

Daarbij gelden de volgende voorwaarden:

  • Bespreek met de patiënt de risico’s van vaccinatie met AstraZeneca.
    Stel samen met de patiënt vast wat de redenen zijn om niet te wachten op een reguliere oproep.
  • Zorg voor informed consent, dat wil zeggen dat de patiënt daar na goede voorlichting en een gezamenlijke afweging van voor- en nadelen welbewust voor kiest, en dat de arts de visie deelt dat vaccinatie om medische of sociale redenen gewenst is.
  • Documenteer de overwegingen, afspraken en informed consent direct na het consult in het HIS.¹

De VvAA heeft inmiddels haar standpunt herzien. Indien aan bovenstaande voorwaarden wordt voldaan, zal niet bij voorbaat dekking op een aansprakelijkheidsverzekering van VvAA worden uitgesloten.

Bovenstaande omschrijving illustreert een van de vele vraagstukken en discussies die momenteel speelt binnen het aansprakelijkheidsrecht en de COVID-19 vaccinaties. Zo wordt er bijvoorbeeld ook over een speciaal schadefonds gesproken dat zal worden gefinancierd door overheid en farmaceuten, waar gedupeerden hun schade kunnen verhalen.

Laten we hopen dat de vaccins veilig zijn en dat deze discussies in de toekomst niet meer gevoerd hoeven te worden.


¹ Nederlands Huisartsen Genootschap, Inzet AstraZeneca bij patiënten onder 60 jaar , online: 11 mei 2021.